Het bankje aan het Wilgenpad

Ik liep het Wilgenpad af zonder haast. De wind streek zacht door het gras, alsof hij het landschap niet wilde storen. Links van mij glinsterde het natte land in het bleke licht, rechts boog het pad zich rustig verder tussen groen en stilte.

Toen zag ik het bankje.

Het stond daar alsof het altijd al had gewacht. Niet op iemand in het bijzonder, maar op iedereen die even wilde kijken. Ik ging zitten en ineens werd de wandeling kleiner, en de wereld groter.

Voor mij lag het land open. Riet bewoog langzaam heen en weer. Bloemen stonden verspreid in het gras, soms fel van kleur, soms zo bescheiden dat je ze bijna moest zoeken. In de verte hoorde ik een vogel roepen. Het water in de sloot lag stil en donker, als een lijn die het landschap bij elkaar hield.

Ik dacht aan de mensen die dit plekje hadden bewaard. Aan handen die bomen plantten, grond verzorgden, maaiden, wachtten. Aan geduld. Want zo’n plek ontstaat niet in één dag. Die groeit, seizoen na seizoen, tot zelfs een voorbijganger voelt dat hier iets klopt.

Op het bankje van de stichting keek ik uit over het mooie stukje natuur bij Boerakker. Er was niets groots aan, en juist daardoor was het groots. Geen drukte, geen haast, geen lawaai. Alleen gras, water, lucht en leven.

Na een tijdje stond ik weer op. Het pad ging verder, en ik ook. Maar het plekje bleef nog even met me meelopen.

Dit vind je misschien ook leuk...